Nieuws

Is een opt-in-model houdbaar in de connected wereld van 2015?

09.02.2017

De wekker gaat. Mijn agenda weet hoe laat ik wil opstaan als ik om 9.00 uur een vergadering heb in Den Haag. Na het opstaan toont mijn spiegel de beste outfit voor de gelegenheid in mijn kledingkast. Mijn telefoon laat zien waar mijn auto staat geparkeerd (ik woon in Amsterdam, nooit een plek voor de deur), terwijl mijn navigatiesysteem al weet waar mijn afspraak is. Die kiest automatisch de route met de minste files, heeft een parkeerplek gereserveerd en informeert uiteraard mijn afspraak als ik ben gearriveerd.

Gewenning en gemak

Een aantal van deze mogelijkheden is al feit, een aantal is nog fictie – maar niet lang meer. We leven al steeds meer in een wereld vol slimme, zelflerende apparaten. Zonder het ons te realiseren raken we gewend aan het feit dat ons leven gemakkelijker wordt doordat apparaten met elkaar praten. Nog niet eens zo heel lang geleden dachten we geen mobiele telefoons nodig te hebben. Inmiddels is een leven zonder ondenkbaar geworden en raken we geïrriteerd als de NS app ons niet vertelt op welk perron onze aansluitende trein staat. Thuiskomen in een koud huis? Willen we ook niet meer. Gewenning aan comfort en service gaat snel.

Data als basis

Het gemak dat deze technologische oplossingen bieden is gebaseerd op data. Je deelt bepaalde gegevens – bijvoorbeeld over het gebruik van het apparaat – en krijgt daar een betere service voor terug. In de Europese datawetten die op stapel staan, wordt ook het Internet of Things (IoT) geregeld. Europa wil dat burgers een bewuste, geïnformeerde keuze maken voor het delen van data. En dat lijkt me geheel terecht. Maar hoe gaan we ervoor zorgen dat burgers bewuste, geïnformeerde keuzes maken over het delen van data als straks ons hele Umfeld met elkaar verbonden is?

Opt-in zorgt niet voor geïnformeerde burgers

Op 28 januari vond de Europese Dag van de Privacy plaats, ook wel bekend als ‘Data Protection Day’. Deze dag heeft als doel ‘burgers beter te informeren over hun rechten betreffende het gebruik van hun persoonsgegevens door overheden, bedrijven en andere organisaties.’ Een nobel streven en belangrijk genoeg om bij stil te staan. Want hoe gaan we dat doen? Nederland heeft de afgelopen jaren heel wat ervaring opgedaan met cookies. De meeste mensen klikken cookiemeldingen routinematig weg en accepteren privacyvoorwaarden zonder ze te lezen. Dat concludeerdeAdviescollege toetsing regeldruk Actal eind 2016. De vraag is of toestemming via de browserinstellingen dat daadwerkelijk gaat veranderen.

Alles wijst er nu al op dat het maken van een bewuste, geïnformeerde keuze om data te delen het bij een groot deel van de mensen aflegt tegen het gemak of de gebruiksurgentie van de dienst. Dat zal in een connected wereld niet anders zijn. Op het moment dat ik ’s avonds mijn tanden poets met mijn IoT-borstel, heb ik geen zin om na de zoveelste update de nieuwe voorwaarden te lezen. Het gevolg: ik klik ze weg zonder te kijken en heb geen idee waarvoor ik toestemming heb gegeven. De Europese Commissie wil terecht geïnformeerde burgers creëren, maar het is zeer twijfelachtig of het toestemmingsmodel in zijn huidige vorm daarvoor voldoende garanties biedt.

Hoe dan wel?

De grote vraag: hoe laten we mensen in de toekomst wél geïnformeerde keuzes over hun data maken, zonder dat dit het gebruiksgemak van de nieuwste technologieën in de weg staat? Hoe creëren we een echte duurzame data-economie? Ik geloof dat bedrijven open en transparant moeten willen zijn over het gebruiken van data (zie ook: Maak van privacy een USP). Zijn ze dat niet, of komen ze hun belofte niet na, dan worden ze daar op afgerekend door consumenten. Maar het hebben van een duidelijke visie op data en die visie consequent uitdragen alleen zal niet voldoende zijn. De aanvullende sleutel zal liggen in de technologie zelf. Een combinatie van vertrouwen en technologie dus.

Die technische oplossing is er nog niet. Maar het is belangrijk dat we nú nadenken over databescherming in een wereld waarin straks alles met elkaar verbonden is. Want hoe langer we deze kwestie negeren, hoe ingewikkelder het wordt om een eenvoudige en werkbare oplossing te vinden. De tijd dringt. Daarom nemen we vanuit DDMA dit jaar het initiatief hiermee aan de slag te gaan. Beleidsmakers, toezichthouders, privacy-organisaties, bedrijven en burgers – iedereen is van harte uitgenodigd mee te denken. Wie doet mee?

Een column van Diana Janssen op DDMA.nl 

Meer nieuws